OPDRACHT: MAAK EEN OVERZICHTSKAART
VAN JULLIE LAND
Nu gaan jullie kaarten tekenen: een overzichtskaart op A3 of A4 papier.
- Schrijf de naam van jullie land bovenaan de kaart.
- Reserveer ruimte ergens aan de zijkant of onderkant van de kaart. Hier komt de legenda waarin je aangeeft wat alles in de kaart betekent.
- Geef met een noordpijl of windroos aan waar het noorden is. Maak een mooie windroos. Kijk even op internet en zoek op het woord ‘windroos’. Je ziet dan veel mooie voorbeelden van windrozen.
- Geef met de juiste kleuren (zie kleurgebruik in een atlas) aan waar er heuvels en bergen zijn.
- Geef zeeën en meren een blauwe kleur.
- Geef met een blauwe lijn aan waar de rivieren stromen.
- Geef met strepen onder de naam van een stad aan wat de hoofdstad is.
- Geef ook andere steden en dorpen een naam.
- Geef met een dunne lijn aan waar de wegen lopen.
- Zijn er spoorwegen? Geef deze dan aan met een zwarte lijn.
- Zijn er provincies in jouw land? Geef de grenzen dan met een stippeltjeslijn aan.
- Geef dan ook de namen van deze provincies aan.
- Probeer dan nog een schaalstok bij jouw kaart te maken.
EEN THEMATISCHE KAART MAKEN
- Zin om meer kaarten te maken? Maak dan een
thematische kaart met een bepaalt onderwerp (thema). Zoals bijvoorbeeld een spoorkaart. Of een wegenkaart. Of een andere kaart, zoals waar veel regen valt.
Voor inspiratie: zie de Junior Bosatlas. Daarin staan genoeg voorbeelden.